Grote liefde

Parc de Saint-Cloud, Parijs (foto Eric van Oevelen)Grote liefde, ik heb hem ooit gekend. Ik was jong en hij ook. Alles aan hem was mooi. Zijn ogen. Zijn manier van praten, waarbij elk woord uitgevonden moest worden. Zijn kleine routinegebaren: de concentratie waarmee hij een sjekkie rolde en naar zijn lippen bracht om te bevochtigen. Zijn robuuste verschijning: wilde haardos, loshangend hemd en dito broek. Als Grote liefde ergens was, dan was hij waar hij was.

Dat we vrienden werden was het grootste compliment. Ik verdween in zijn ogen, zijn stem, zijn handen. Ik had me nog nooit zo gevoeld. Alsof alles om me heen sterker ademde. Alsof ik het bloed tot in de kleinste aderen voelde stromen. Zweven als een vogel, dat was het.

We hadden lange gesprekken. Over kunst. Over het leven. Dit was het leven ook voor mij: gesprekken die ergens over gingen, ergens aan een tafel thuis of in de kroeg. Dat we dat met zijn tweeën konden schiep een band, schiep vertrouwelijkheid. En uiteindelijk vertelde ik het gewoon: dat ik van hem hield.

Dat was geen probleem. Zelf was hij verliefd op een meisje, maar hij wist niet hoe hij het aan moest leggen. Ik zag dat hij daar onder leed. Geheel tegen mijn eigen belang in voorzag ik hem van adviezen. Het is mooi als je dat voor een ander op kunt brengen. Dat het geluk van de ander telt, ook al krijg je daarmee zelf niet wat je wilt.

Nu ja, ik kreeg het een keer. Na een nachtelijke praat- en braspartij. Het was wonderlijk onverwachts en onhandig. Mooi dat ik bij hem mezelf mocht zijn, dat we samen in een bed lagen. Zijn rug stond vol met pigmentvlekjes en was als een sterrenhemel die verkend mocht worden. Veel geslapen heb ik niet.

Daarna werd het snel problematisch. Ik gaf hem bewust de ruimte, wilde niets forceren. Hij begreep daar niets van en ik begreep hem steeds minder. Hij kreeg wat met het meisje. We zagen elkaar nog wel, maar de gesprekken werden pijnlijke herhaaloefeningen. Prietpraat werkt niet als je eerder samen hoge kunst hebt bedreven.

De laatste keer dat ik hem zag is al weer jaren geleden: in de supermarkt, met vrouw en kind zoals het er uit zag. Hij was dik geworden. Ik heb hem niet aangesproken, ik kon het niet.

Toch, wat ik me nu nog afvraag: bestond mijn onbaatzuchtige Grote liefde ooit echt of was hij altijd een projectie van mezelf? Misschien geldt voor alle grote liefdes dat het uiteindelijk gaat om de grote, prettige gevoelens die je zelf ervaart bij je eigen ideeën over jou en de ander. Daar zit niets onbaatzuchtigs aan. Dat doet de ander tekort.

Ik heb Grote liefde vanuit die brandende vraag nog wel eens Gegoogled maar ik heb hem nooit meer gevonden. Vroeger had je nog een telefoonboek waarin iedereen te vinden was. Misschien is hij wel overleden. Ik weet het niet, ik weet het niet.

Advertenties

Over Eric van Oevelen

Dit is een persoonlijk weblog van Eric van Oevelen, Pr en communicatie-adviseur, informatiespecialist, fotograaf, tuinontwerper, beoefenaar van yoga, liefhebber van goed voedsel, films en allerlei soorten muziek. Ik woon in Oosterhout en werk bij Avans Hogeschool.
Dit bericht werd geplaatst in Alledaags leed en zo en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s